Onze zangkleding, het Uniform
Het zingen van shantys gebeurde meestal tijdens het werk, dat met veel mensen gedaan werd en om het goed gelijk te laten verlopen was een ritme nodig.
Zwaar werk veelal; het hijsen van zeilen, het binnen halen van trossen en het ophalen van het anker.
De schepen waar de shantys ontstonden waren van hout en lang niet altijd waterdicht.
Er moest dus veel gepompt worden en tijdens dit, geestdodend, werk werden pompliedjes gezongen.
De officieren op die schepen waren in de regel goed gekleed in uniform.
De overige bemanningsleden verdienden zo weinig dat ze al blij waren dat ze één stel kleren bezaten.
De kleding van ons koor.
Als beginnend koor trok ieder aan wat hij op zeemanskleding vond lijken.
Nadenkend over hoe het in de tijd van de zeilvaart geweest moest zijn vonden wij dat er wel enige uniformiteit in de kleding zou moeten zijn. Echter, het hele koor in uniform vonden wij niet in het shanty plaatje passen.
Immers het werk, waarbij shantys werden gezongen, werd door het dekpersoneel gedaan en niet door de geüniformeerde officieren.
Wij kozen dus voor een blauwwit gestreept shirt, een donkere broek, marine blauw of zwart of een geheel witte.
Zwarte schoenen of klompen en zwarte of marine blauwe pet of gebreide muts.
Uitzonderingen op deze kledingvoorschriften vormen leden die een bijzondere functie uitbeelden,
zoals de kok, die er vooral niet uit mag zien als een hotelkok van het Hilton.
De timmerman en de kabelgast, de zeilmaker en de chirurgijn waren ook vaak aan hun kleding te herkennen.
Onze leden hebben veel vrijheid om met het voorgaande in gedachten, te kiezen voor variatie.
Uit den boze zijn korte broeken, kermispetjes en Peppie en Kokkie mutsen.
Ook het dragen van sportschoenen past niet in het shanty plaatje vinden wij.
Enkele koorleden in officiers uniform maken het beeld van een “bemanning” kompleet.
Eenheid in verscheidenheid, daar komt het bij ons koor op neer.